Relatie ADHD en voeding

In de INCA-(Impact of Nutrition on Children with ADHD) studie van het ADHD Onderzoekscentrum in Eindhoven is gebleken dat symptomen en gedrag van kinderen met ADHD gunstig worden beïnvloed met een eliminatiedieet: het Pelsser-Voeding en Gedrag-dieet (PVG-dieet). De resultaten van het onderzoek zijn geplaatst in het toonaangevend wetenschappelijk tijdschrift The Lancet. Conclusies die uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen wijzen op een relatie tussen voeding en ADHD. Er zou dan niet altijd sprake zijn van een voedselallergie maar gaan om voedsel-intolerantie of pseudo-allergie. Dit is slecht nieuws voor de farmaceutische industrie waar jaarlijks miljarden omgaan om ADHD te medicaliseren. Het onderzoek van Drs. Lidy Pelsser heeft aangetoond dat onder deskundige begeleiding het zinvol is het Restricted Elimination Diet (RED) standaard toe te passen bij kinderen met ADHD en/of ODD om overgevoeligheid voor bepaalde voedingsstoffen vast te stellen.

Tegelijkertijd toont het onderzoek aan dat het niet zinvol is om met behulp van IgG-bloedonderzoek uit te sluiten om welke voedingsmiddelen het gaat. Hoewel door de orthomoleculaire visie al veel bekend is over de relatie voeding en gedrag(stoornissen) is toch door dit reguliere onderzoek de toon gezet om met behulp van wetenschappelijk getoetste protocollen duidelijkheid te krijgen over de invloed van voeding en andere omgevingsfactoren op gedrag(problemen) bij kinderen.

Zie voor meer informatie over het dieet en onderzoek: www.incastudie.nl.

Hongerhormoon oorzaak emotie-eten

Stress leidt nog wel eens tot emotie-eten. Mensen zoeken troost bij chocola, ijs, chips of een ander calorie- en vetrijk voedingsmiddel. Het hongerhormoon is hiervan de oorzaak, aldus Amerikaanse onderzoekers. Het zogenaamde hongerhormoon zendt signalen naar de hersenen. Dit bleek uit eerdere onderzoeken tijdens bijvoorbeeld het vasten. Chronische stress verhoogde ook de levels van ghreline. Daarbij bleken gevoelens van depressie en spanning te verminderen als de hoeveelheid ghreline in het lichaam toenam.

Overeten

Bij de muizen in het onderzoek resulteerden verhoogde levels van het hongerhormoon door stress, in overeten, een voorkeur voor calorierijk en vettig voedsel en een toename van het lichaamsgewicht. Dit laatste zou kunnen verklaren waarom chronische stress en depressie bij mensen vaak gepaard gaat met gewichtsproblemen.

Onderzoek

"De resultaten van het onderzoeken kunnen ons helpen om complex eetgedrag te verklaren. Daarbij speelt dit mechanisme waarschijnlijk een grote rol in het ontwikkelen van overgewicht bij mensen die blootgesteld worden aan psychosociale stress," vertelt hoofdonderzoeker Jeffrey Zigman. "Deze bevindingen zijn niet alleen abstract of relevant voor muizen. Ook voor mensen is het van belang." Met vervolgonderzoek willen de onderzoekers de specieke reactiemechanismen tussen ghreline en stress in kaart brengen.

Vitamine B12-deficiëntie komt bij 5-10% van de Nederlandse bevolking voor

Vitamine B12-deficiëntie komt bij 5-10% van de Nederlandse bevolking voor. Het kenmerk van vitamine B12-tekort is de vele gedaanten waarin de klinische ziektebeelden zich kunnen vertonen. Bekend is de klassieke gecombineerde strengaandoening en/of een macrocytaire anemie. Maar er hoeft geen bloedarmoede of een neurologisch symptoom te bestaan. Het is ook een misverstand dat bloedarmoede altijd aan neurologische aandoeningen vooraf zou gaan of daarmee gepaard zou moeten gaan. Niet één symptoom is obligaat voor de ziekte en er is in feite geen psychische aandoening die niet mogelijkerwijs met een tekort aan vitamine B12 kan samenhangen.

Een tekort aan deze vitamine kan zich uiten als een dementie die niet van Alzheimer te onderscheiden valt. En voor al die psychische beelden zoals vergeetachtigheid, niet op woorden kunnen komen, nervositeit, prikkelbaarheid, psychose, verwardheid, dementie, depressies geldt dat ze klinisch kunnen voorkomen zonder maar enig neurologisch symptoom, en bij een normaal bloedbeeld. Een chronische vermoeidheid, een oesophagitis kan door vitamine B12-deficiëntie worden veroorzaakt.

Ook magere mannen kunnen diabetes krijgen

Magere mannen kunnen ook hartaandoeningen en suikerziekte krijgen. Een groep internationale onderzoekers, onder wie onderzoekers van het Erasmus MC in Rotterdam, ontdekte een gen dat ervoor zorgt dat mensen minder lichaamsvet hebben, maar tegelijkertijd een grotere kans hebben op overgewichtziektes. Ze publiceren hier zondag over in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Genetics.

Het is algemeen bekend dat mensen met overgewicht een groter risico hebben op hart- en vaatziektes en suikerziekte, omdat zij meer vet hebben rond de organen.
Maar slanke mensen blijken ook heel wat van dat gevaarlijk vet te kunnen hebben, ook al is dat met het blote oog niet zichtbaar. Het vet slaat zich bij de mensen met een variatie in het nieuw ontdekte gen minder op onder de huid, maar wel rond de organen waardoor de kans op bijvoorbeeld diabetes kan worden vergroot.
''Het zou kunnen dat het ook omgekeerd werkt. Dus dat je de aanleg hebt om vet onder de huid te stapelen terwijl dit niet per definitie slecht voor de gezondheid hoeft te zijn'', aldus Carola Zillikens van het Erasmus MC, een van de betrokken onderzoekers.

Ongezond

Hierdoor zou bijvoorbeeld ook verklaard kunnen worden waarom sommige mensen met overgewicht geen diabetes ontwikkelen. ''Maar te veel eten en overgewicht blijven sowieso ongezond'', benadrukt ze. Opvallend is dat het gen meer effect lijkt te hebben bij mannen dan bij vrouwen. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de verdeling van vet over het lichaam. Mannen hebben al relatief minder onderhuids en meer buikvet.

Concreet

Het duurt nog wel even voordat we concreet wat kunnen met deze bevindingen. ''Het is niet zo dat mensen morgen al naar de dokter moeten om te testen of ze deze genvariant hebben'', aldus Zillikens. Maar door de bevindingen van dit onderzoek krijgen wetenschappers wel meer inzicht in de relatie tussen vetzucht en ziektes. Dat leidt hopelijk weer tot nieuwe preventiemogelijkheden en behandelingen van hart- en vaatziektes en suikerziekte, ''maar dat zal niet op korte termijn het geval zijn'', denkt Zillikens.

Hoge doses B-vitaminen tegen veroudering van hersenen

Vooral ouderen, bij wie het cognitief vermogen achteruitgaat, worden vaak getroffen door een schrompeling van de hersenen (hersenatrofie). Een verhoogd homocysteïnegehalte vormt een risicofactor voor hersenatrofie, maar ook voor een vermindering van het cognitieve vermogen en dementie. Wetenschappers van de University of Oxford onderzochten daarom of verlaging van het homocysteïnegehalte door middel van suppletie met B-vitaminen de mate van hersenatrofie bij ouderen kan afremmen.

Een groep van 168 proefpersonen ouder dan 70 jaar met een matige cognitieve degradatie nam deel aan de studie. Twee jaar lang slikten deze ouderen dagelijks 800 mcg foliumzuur, 500 mcg vitamine B12 en 20 mg vitamine B6 of een placebo. Voorafgaand aan en na afloop van de suppletieperiode werden er MRI-scans van de hersenen van de proefpersonen gemaakt.

Gemiddeld schrompelen bij gezonde ouderen boven de zestig jaar de hersenen met een half procent per jaar. Wanneer er sprake is van een milde cognitieve verslechtering is de schrompeling twee keer zo snel. Bij patiënten met de ziekte van Alzheimer is de schrompeling 2,5% per jaar.

In de suppletiegroep was de mate van hersenatrofie gedurende de onderzoeksperiode gemiddeld 0,76% per jaar. In de placebogroep nam het hersenvolume in dezelfde periode met gemiddeld 1,08% af. Dit betekende een significant verschil tussen beide onderzoeksgroepen. Bij de proefpersonen met het hoogste homocysteïnegehalte bij aanvang van het onderzoek had de suppletie het grootste remmende effect op de mate van hersenatrofie. Een grotere afname van het hersenvolume gedurende de onderzoeksperiode hield verband met een lagere cognitieve testscore aan het einde van de studie.

Ongeveer 16% van de mensen ouder dan 70 jaar hebben een matig verminderd cognitief vermogen. De helft van deze mensen ontwikkelt op termijn de ziekte van Alzheimer. Een versnelde hersenatrofie is een van de factoren die hiermee samenhangt. Suppletie met foliumzuur en de vitamine B6 en B12 remt de mate van hersenatrofie bij ouderen met een matig verminderde cognitie. Vervolgonderzoek zal moeten uitwijzen of deze suppletie eveneens in staat is de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer af te remmen.

Bron: Smith AD, Smith SM, [..], Refsum H. Homocysteine-lowering by B vitamins slows the rate of accelerated brain atrophy in mild cognitive impairment: a randomized controlled trial. PLoS One 2010; 5(9):e12244

mbog 736tllogo batc footerOnze praktijk is aangesloten bij de beroepsverenigingen MBOG en BATC.