Astaxanthine vermindert oxidatieve stress bij overgewicht

Oxidatieve stress speelt een rol bij obesitas, veroudering en vele andere aandoeningen. Suppletie met astaxanthine vermindert bij proefpersonen met overgewicht de oxidatieve stress en vergroot de antioxidatieve capaciteit.

Dit blijkt uit een studie onder 23 proefpersonen met een BMI van 25 kg/m2 of meer. Zij slikten 3 weken lang dagelijks een supplement met 5 of 20 mg astaxanthine. Bij aanvang van het onderzoek en na 1, 2 en 3 weken suppletie werden de concentraties malondialdehyde (MDA, een maat voor vrijeradicalenactiviteit), isoprostaan (ISP; een maat voor de lipidenperoxidatie) en superoxidedismutase (SOD) en de totale antioxidatieve capaciteit (TAC) vastgesteld. Na 3 weken suppletie bleken de MDA- en ISP-spiegels in beide onderzoeksgroepen significant gedaald, terwijl de concentratie SOD en de TAC significant waren gestegen. Er werden geen verschillen tussen beide suppletiegroepen waargenomen.

Astaxanthinesuppletie remt bij mensen met overgewicht dus de lipidenperoxidatie terwijl het antioxidatieve afweersysteem gestimuleerd wordt.

Minder longaandoeningen met vitamine E-suppletie

Suppletie om de dag met 600 IE vitamine E leidt bij vrouwen tot een risicoreductie van 10% op longaandoeningen.

Voor de studie werden de gegevens geanalyseerd van meer dan 38.500 vrouwen die deelnamen aan de Women’s Health Study. In deze studie werd een vergelijking gemaakt tussen het effect van 600 IE vitamine E-suppletie om de andere dag en suppletie met 100 mg aspirine om de andere dag op de gezondheid van vrouwen vanaf 45 jaar.

Tijdens de follow-up periode van 10 jaar werd bij 760 vrouwen in de vitamine E-groep een longaandoening vastgesteld, in vergelijking met 846 vrouwen in de placebogroep. Vitamine E blijkt het risico van longaandoeningen met 10% te verlagen. Deze uitkomst wordt niet beïnvloed door het rookgedrag, de leeftijd, aspirinegebruik, gebruik van multivitamines of de vitamine E-inname via de voeding. Rokers hadden 4 keer zoveel kans op een longaandoening in vergelijking met niet-rokers. Vitamine E-suppletie leidt bij vrouwen tot een duidelijke afname van de kans op een longaandoening. Mogelijk speelt de balans tussen oxidanten en antioxidanten in longweefsel hierin een rol.

Bron: Agler AH, Kurth T, [..], Cassano PA. Randomised vitamin E supplementation and risk of chronic lung disease in the Women's Health Study. Thorax 2011; 66(4):320-5

Probiotica tegen hooikoorts

Probiotica kunnen allergische klachten van pollen fors verminderen. Dat stelt Yvonne Vissers van Wageningen University in haar proefschrift.

Probiotica dringen het aantal immuuneiwitten terug die een belangrijke rol spelen bij een hooikoortsallergie. Tegelijkertijd stimuleren ze de aanmaak van allergie-remmende stoffen. Volgens Vissers laat vooral de melkzuurbacterie Lactobacillus plantarum goede resultaten zien.

Immuuneiwitten

Allergieën zijn een doorgeschoten reactie van het immuunsysteem op lichaamsvreemde stoffen, zoals pollen, huidschilfers of huisstofmijten. Bij een pollenallergie maakt het lichaam IgE immuuneiwitten aan die het binnendringende stuifmeel aanvallen. Daarbij komt onder meer histamine vrij, dat verantwoordelijk is voor de klassieke allergieklachten zoals een loopneus, niezen en tranende en rode ogen.

Vissers onderzocht in samenwerking met Nizo en FrieslandCampina het effect van vijf melkzuurbacteriën op het immuunsysteem van 62 patiënten met een berkenpollenallergie. Vijf groepen van elk circa tien proefpersonen kregen vier weken lang elke dag een bacteriedrankje, terwijl een zesde groep een drankje zonder bacteriën, een placebo, kreeg. Voor en na de behandeling verzamelden onderzoekers bloed, waarin ze immuun parameters zoals IgE en andere immuuneiwitten maten. Door dit immunologisch bloedbeeld voor en na de inname van de probiotica en de placebo te vergelijken, kon het effect van de bacteriën op het immuunsysteem vastgesteld worden.

Afname IgE

Na vier weken was duidelijk dat vier van de vijf gebruikte bacteriestammen zorgden voor een significante afname van het berkenstuifmeel-specifieke IgE. Eén bacteriestam gaf ook een afname van interleukine 5 en 13, signaalstoffen die een allergische reactie stimuleren. Daarnaast was er een toename van signaalstoffen die de allergische reactie juist verminderen. Vissers verdedigde haar proefschrift op 10 juni.

Opmerking van de redactie van Simahealth

Probiotica is een van de middelen die binnen de Orthomoleculaire geneeskunde al vele jaren tegen hooikoorts wordt gebruikt. Om echt van de hooikoorts af te komen zal de behandeling voor ieder individu anders zijn. Heeft u last van hooikoorts neem dan contact met ons op voor een intake gesprek om te kijken wat wij voor u kunnen betekenen.

Rokende moeder krijgt dikke kinderen

Als de moeder rookt tijdens de zwangerschap, heeft het kind grote kans op overgewicht.

Dat concluderen onderzoekers van het Erasmus MC in Rotterdam op basis van grootschalig onderzoek onder vijfduizend Rotterdamse kinderen. De resultaten zijn dinsdag naar buiten gebracht. Moeders die tijdens de zwangerschap doorrookten, hadden 50 procent meer kans op kinderen met overgewicht op latere leeftijd. Als de moeder vroeg in de zwangerschap stopte met roken, of als de vader rookt, zorgt dat niet voor grotere kans op overgewicht.

Het is nog niet bekend hoe het komt dat kinderen van rokende moeders meer kans op overgewicht hebben. Het is wel gebleken dat kinderen van rokende moeders kleiner zijn dan gemiddeld, maar niet lichter.

Plasma omega-3 fatty acids and incident diabetes in older adults

From the Divisions of Aging (LD) and Cardiovascular Medicine and Channing Laboratory (DM), Department of Medicine, Brigham and Women's Hospital and Harvard Medical School, Boston, MA; the Geriatric Research, Education, and Clinical Center and Massachusetts Veterans Epidemiology and Research Information Center, Boston Veterans Affairs Healthcare System, Boston, MA (LD); the Department of Biostatistics, School of Public Health and Community Medicine (MLB), the Cardiovascular Health Research Unit, Department of Medicine (RNL and DSS) and the Department of Epidemiology (DSS), University of Washington, Seattle, WA; the Department of Internal Medicine, University of New Mexico, Albuquerque, NM (IBK); the Public Health Science Division, Fred Hutchinson Cancer Research Center, Seattle, WA (XS); the Division of Nephrology, University of California San Diego, San Diego, CA (JHI); and Nephrology Section, Veterans Affairs San Diego Healthcare System, San Diego, CA (JHI); the Division of General Medicine and Primary Care, Beth Israel Deaconess Medical Center and Harvard Medical School, Boston, MA (KJM); and the Departments of Epidemiology and Nutrition, Harvard School of Public Health, Boston, MA (DM).

Abstract

Background: Although long-chain omega-3 fatty acid (n−3 FA) consumption estimated via food-frequency questionnaires has been associated with a higher incidence of diabetes, limited prospective data on diabetes risk are available that use objective biomarkers of n−3 FAs.

Objective

We sought to examine the relation between plasma phospholipid n−3 FAs and incident diabetes.

Design

We prospectively analyzed data in 3088 older men and women (mean age: 75 y) from the Cardiovascular Health Study (1992–2007). Plasma phospholipid n−3 FAs were measured by using gas chromatography, and incident diabetes was ascertained by using information on hypoglycemic agents and serum glucose. We used Cox proportional hazards models to estimate multivariable-adjusted relative risks.

Results

During a median follow-up of 10.6 y, 204 new cases of diabetes occurred. In a multivariable model that controlled for age, sex, race, clinic site, body mass index, alcohol intake, smoking, physical activity, LDL cholesterol, and linoleic acid, relative risks (95% CIs) for diabetes were 1.0 (reference), 0.96 (0.65, 1.43), 1.03 (0.69, 1.54), and 0.64 (0.41, 1.01) across consecutive quartiles of phospholipid eicosapentaenoic acid and docosahexaenoic acid (P for trend = 0.05). Corresponding relative risks (95% CIs) for phospholipid α-linolenic acid (ALA) were 1.0 (reference), 0.93 (0.65, 1.34), 0.99 (0.68, 1.44), and 0.57 (0.36, 0.90) (P for trend = 0.03).

Conclusions

With the use of objective biomarkers, long-chain n−3 FAs and ALA were not associated with a higher incidence of diabetes. Individuals with the highest concentrations of both types of FAs had lower risk of diabetes.

© 2011 American Society for Nutrition

mbog 736tllogo batc footerOnze praktijk is aangesloten bij de beroepsverenigingen MBOG en BATC.